thema: Verboden Vruchten


In alle toonaarden

Mijn vriendin maakt zich ernstig zorgen. Het komt steeds vaker voor dat er door de politie gebeld wordt met de vraag of ze haar moeder op kan komen halen en of ze dan meteen de bekeuring maar wil voldoen. Het is duidelijk dat ze ermee zit. Daarom komt ze af en toe een bakkie troost bij mij halen.
‘Tja,’ zegt ze, ‘het is nu al de zoveelste keer.’ Van eerdere gesprekken weet ik dat haar moeder ervan geniet om met een politiebusje te worden opgehaald. Het liefst wil ze dan ook dat bekenden haar onderweg zien zitten. Het gaat altijd maar om kleine dingen: een rol snoep, een lippenstift, niemendalletjes die ze niet nodig heeft en anders best zou kunnen betalen. ‘Vroeger,’ gaat ze verder, ‘hadden we het niet breed en gebeurde het soms uit bittere noodzaak. Dan bleven mijn ouders in de auto zitten en kregen wij opdracht de kool van het land halen. Dat vonden we natuurlijk vreselijk. Als we bij elkaar zijn, confronteren we haar daarmee. Dan ontkent ze dat in alle toonaarden. ‘Maar je doet je het nog steeds,’ zeggen we dan, ‘zou je er niet eens mee ophouden.’ We dreigen haar zelfs dat ze vandaag of morgen een hele nacht in een cel moet doorbrengen, als ze zo doorgaat. Dan lacht ze en belooft het niet meer te doen.’
Haar kinderen hebben sowieso heel wat met haar te stellen. Nog niet zo heel lang geleden was ze, nadat ze een zware operatie had ondergaan, uit het ziekenhuis ontslagen met het uitdrukkelijke verzoek zich de eerste tijd in acht te nemen. Je zou toch van een vrouw van bijna tachtig verwachten dat ze dat dan ook doet. Niks is minder waar. Ze was nog geen week thuis of mijn vriendin werd gebeld door iemand van de bowling waar haar moeder al jaren met een aantal dames speelt, dat ze doodleuk weer stond te bowlen.
Het zijn serieuze zaken, maar soms moeten we ook vreselijk lachen, want het is ook wel een stoer wijfie: ze klaagt nooit, ziet het leven altijd van de zonnige kant en als het soms toch wat somber is, zorgt ze gewoon dat het aangenamer wordt. Zo kan ze moeilijk alleen zijn. Na de dood van haar man ging ze al snel op zoek en de laatste jaren is ze zelfs aan het daten, waarbij ze dan eerst stiekem gaat kijken of hij in het echt niet tegenvalt.
‘Ach,’ zegt mijn vriendin. ‘Mijn moeder is altijd al een beetje ondeugend geweest, maar ik maak me steeds meer zorgen. Ik kan niet zeggen dat ze gaat dementeren, maar af en toe is ze wel wat in de war.’
‘Het komt wel goed joh, ze zullen zo’n oud mensje heus niet een hele nacht in een cel stoppen.’
Ze zucht en kijkt op de klok. ‘Jeetje, ik moet gaan.’
Als ze opstaat gaat haar telefoon.
‘Nu wordt het dus echt een nachtje brommen,’ zegt ze met een grijns, terwijl ze opneemt.

Joke van der Ark