Hoe klinkt het Kralingse bos?
‘Waar zullen we naar toe gaan?’, vroeg mijn man mij die ochtend. Meestal zeg ik, ‘Het maakt mij niet uit, beslis jij maar.’ Deze keer echter bedacht ik dat ik het leuk zou vinden om weer eens naar het Kralingse bos te gaan. Dat deden we dus op die dinsdag in september. Het was niet zo’n warme zonnige dag, het waaide nogal, maar het was lekker om buiten te zijn. We parkeerden de auto en gingen op stap. Dat wil zeggen ik in de rolstoel en mijn man duwend erachter. Ik kan nog best een stukje lopen maar geen lange afstanden meer. We genoten. Op de terugweg hielden we nog even pauze om een mandarijntje te eten. Terwijl we daar zaten, kwam er een mevrouw naar ons toe. ‘Mag ik u iets vragen?’ ‘Het ligt eraan wat,’ gaf ik haar lachend als antwoord. ‘Ik ben van radio Rijnmond en de gemeente Rotterdam wil graag weten hoe bezoekers van het bos het geluid ervaren. Dus mag ik u vragen hoe u vindt dat het bos klinkt?’ Nou dat was me wat, wat voor antwoord geef je daarop. ‘Het ruikt lekker’, zei ik, waarop we in de lach schoten, want dat was de vraag natuurlijk niet. Ik moet zeggen dat ik er niet echt uitkwam. Mijn man mengde zich in het gesprek en zei dat hij het jammer vond dat het verkeer over de Kralingse Plaslaan voor zoveel geluidsoverlast zorgde. We spraken nog wat verder en die mevrouw nam alles op. Ik vertelde haar dat ik, toen ik nog in Rotterdam werkte nogal eens op deze plek kwam en dat ik er ooit een gedicht over geschreven had. ‘Oh ja, wat leuk, kunt u dat voordragen?’ ‘Nou nee’, zei ik, ‘van de meer dan 800 gedichten die ik geschreven heb kan ik er maar een paar uit mijn hoofd en ik heb het natuurlijk niets bij me’. ‘Maar ik wel’, zei mijn man die al ijverig op zijn telefoon naar mijn website aan het zoeken was. ‘Wat is de titel?’ Ook die kon ik niet a la minuut naar boven halen. ‘Laat mij maar even kijken, dan herken ik het wel.’ En ja hoor, na lang zoeken vond ik het. En als ik al gedacht zou hebben dat die mevrouw zo lang niet zou willen wachten had ik het mis, want geduldig wachtte ze met haar telefoon in de aanslag tot ik zover was. Ik las het voor … en wat mij toen gebeurde had ik niet verwacht, ik werd door emotie overvallen. Toch heb ik het netjes uitgelezen. En ’s middags werd het interview met gedicht uitgezonden.
Achteraf begrijp ik mijn emotie wel. Ik schreef het in een heel sombere periode.
11 september 2018
Rotterdam, Kralingse Plas, vrijdagmiddag 17 september 2004
Druppel voor druppel
wilde ik mijn sombere bui
door jou zien worden opgenomen,
langzaam vervagen en geheel verdwijnen
in de uitgestrektheid van je plas.
Doch ik leek geheel niet welkom,
je scheen mij zelfs vijandig toe.
Had je voor vandaag genoeg?
Was het zout van reeds gevallen tranen
jou teveel geweest of was je alleen
een beetje moe en daardoor sprakeloos?
Beschaamd heb ik mij afgewend.
Zoveel treurigheid kon ik niet aan.
Joke van der Ark