‘Hier woont alleen de tijd’


Een mooie en passende titel voor de boeken waarin foto’s te bewonderen zijn die vader en dochter Slagboom van verlaten, vervallen woonhuizen en bedrijfspanden in verschillende delen van de wereld maakten.

Op 23 maart 2026 keek ik, zoals gebruikelijk naar het programma ‘Tijd voor Max’. In die uitzending waren Maarten en Billie Slagboom te gast. Ik luisterde naar hun enthousiaste verhalen en keek geboeid naar de beelden die daarbij werden getoond. Het gebeurt maar al te vaak dat ik door wat ik hoor en zie geïnspireerd word tot het schrijven van gedichten. Nu wil het geval dat ik nog maar kort geleden voor het eerst een sonnettenkrans geschreven had ‘Een ode aan de dichters die mij raakten’. Ik was er heel trots op, temeer omdat ik daarvoor nog nooit van deze dichtvorm gehoord had. Voor mijn ode had ik inspiratie geput uit de roman ‘Wat we kunnen weten’ van Ian McEwan.

Van een van mijn vroegste poëzievrienden kreeg ik er complimenten over. Ook schreef hij: ’Ik kan me voorstellen dat jij (net als ik) toen je uitviste wat een sonnettenkrans precies is, meteen ontdekte dat er zelfs een 'sonnettenkransenkrans' bestaat. In mijn hoofd stel ik me nu al voor dat ook dit voor jou een uitdaging zou zijn.’

Ik moet eerlijk bekennen dat ik bij het zien van de foto’s van Maarten en Billie, meteen dacht: misschien is dit de gelegenheid om zo’n hels karwei te beginnen. Al snel besefte ik echter, dat dit een te grote uitdaging zou zijn. Oké, dan ga ik me in ieder geval aan een tweede sonnettenkrans wagen.

In mijn enthousiasme bestelde ik de boeken meteen. Na ontvangst bladerde ik erdoorheen. Ik vond ze prachtig, de foto’s, maar ik merkte ook dat ik er triest van werd.

Tijdens het schrijven, hield ik mij er zo intensief mee bezig dat het mij hoofdbrekens bezorgde. Ik kon het niet loslaten. De krans vorderde gestaag en net als bij de ‘Ode …’, had ik ook een eerste versie van ‘Verval …’ binnen veertien dagen geschreven. Natuurlijk moest er toen nog aan geschaafd worden. Sinds jaar en dag steun ik, voor wat dat betreft, op mijn beste vriendin en toeverlaat, Ted van Hooijdonk. Het is mij altijd een waar genoegen om tijdens onze wekelijkse lunch mijn werk door te nemen en te bespreken.

De dwingende vorm van de sonnettenkrans zorgde ervoor dat ik meer over wat ik zag en voelde schreef dan over de afzonderlijke beelden.

Ik hoop dat u zich, ook zonder de foto’s, tijdens het lezen een voorstelling van de situaties kunt maken.