Mijn boeken en ik

Er moest iets gebeuren, want het zou niet langer tegen te houden zijn. Ze dreigden uit hun kaften te springen, de letters en de zinnen. Tja het is waar, dacht ik kijkend naar mijn boeken die schouder aan schouder vochten voor meer ruimte zodat hun personages niet verpletterd zouden worden.
Ze kwamen in optocht op mij af, de lieve kleintjes voorop en de grote en de dikke die wat moeizamer vooruit kunnen komen erachteraan. Ze schreeuwden, dat ik moest beloven geen boeken meer te kopen en ze dreigden, anders met zijn allen bij mij weg te gaan.
‘Nee, nee, niet doen!’ riep ik. ‘Ik zou niet weten wat ik zonder jullie moet. Oké jullie zijn uitgelezen, maar juist daarom heb ik jullie lief! Maar beloven om geen nieuwe boeken meer te kopen, nee dat kan ik niet.’
Als door een wesp gestoken draaiden ze zich in één beweging om.
Ik huilde en ik schreeuwde dat ze moesten blijven, maar ze luisterden niet.
‘Heb je naar gedroomd?’ vroeg mijn man bezorgd, nadat hij mij voorzichtig wakker had geschud.
‘O, mijn boeken dreigden bij mij weg te gaan, als ze niet meer ruimte kregen. Wanneer ze weer verschijnen in mijn dromen zal ik zeggen, dat ze nog even geduld moeten hebben. Een deel van hen zal, als ik ze heb gearchiveerd een plekje krijgen in splinternieuwe kasten in een opgeknapte kelderbox, zodat zij die boven blijven meer ruimte zullen hebben.’
‘Ga maar weer lekker slapen’, zei hij met een ernstig gezicht. Maar toen hij zich omdraaide hoorde ik hem gniffelen en hij mompelde: ‘Ze zullen heus niet bij je weggaan’. En met een gerust hart ging ik weer slapen.


Joke van der Ark
4 november 2019